top of page

Karate kid

  • Tamaar Toth Varju
  • 24 uur geleden
  • 3 minuten om te lezen
Streetview Gallery Yume Tokyo 2026_Tamaar_Toth_Varju

Midden in één van de 27 wijken van miljoenenstad Tokyo kijk ik door twee grote ramen van de galerie naar een druk kruispunt.

 

Zorgvuldig ben ik al mijn werk aan het uitpakken.

Wolken van bubbeltjesplastic om mij heen.

Mijn sculpturen voorzichtig op Japanse bodem geland.

 

Het is zorgvuldig werk en ik moet voorzichtig zijn.

Maar ik word steeds afgeleid door mijn nieuwe omgeving.

 

Het is net alsof er een Anime film aan mij voorbijtrekt.

 

Meisjes in schooluniformen fietsen samen op.

Geruite rokken wapperen in de wind.

Lange haren bewegen mee met hun geklets.

Matrozenkragen waaien in hun gezicht.

 

Piepkleine hondjes versierd met lichtjes trippelen voorbij.

 

Karretjes waarin kleine kindjes staan worden door de straten voortgetrokken.

Voor de frisse lucht, neem ik aan.

 

Moeders met speciale fietsen, met kinderen voor en achterop.

Als het regent in sensationele regenkleding en anders bescherming tegen de zon.

 

En wat een feest. Daar loopt een mevrouw met een outfit van Issey Miyake.

Mijn hart maakt een sprongetje.

 

Mensen van over de 100 lopen voorbij.

Hun karretjes met boodschappen voortduwend.

 

Ik ben ondertussen klaar met uitpakken.

De installaties liggen in formatie bij de juiste muur.

 

Langzaam verandert de galerie in mijn wereld.

De organismen beginnen zich over de muur te verspreiden.

De vrolijke kleuren spatten van de wand.

De motortjes doen hun werk en daar dansen de eerste beelden.

 

Nog voor de opening komen mensen in de galerie.

Twee ondeugende schoolmeisjes komen binnengelopen.

Aangetrokken door de vreemde vormen en kleuren.

Giechelend bekijken zij het werk.


Een grafisch ontwerper parkeer zijn fiets voor de deur.

“Ik heb je zien opbouwen en nu moet ik het in het echt zien.

Je werkt trekt mij naar binnen.” Zegt hij in redelijk engels.


Tussen al het werk, de gasten en bezoekers.

Zie ik hem verschijnen.

 

3 dagen in de week komt hij langs de galerie.

Na schooltijd, in zijn witte karate pakje.

Hij is 7 jaar oud, iets te klein voor zijn leeftijd, zijn riem strak aangetrokken om zijn kleine middeltje en zijn witte pakje floddert wat om hem heen.

 

Hij staat voor het raam. Zijn gezichtje komt net boven de begroeiing uit.

Hij tuurt naar binnen en duwt hij zijn brilletje op zijn neusje wat omhoog.

Hij staat daar en kijkt.

Elke keer weer.

 

Ik zit in de galerie en begin naar hem uit te kijken.

Het jongetje in zijn witte pakje, met zijn brilletje dat steeds van zijn neusje afgeleid.

 

“s ochtend zie ik mijn kleine vriend naar school lopen.

Zijn rugzak te groot voor zijn lijfje.

Aan de linkerkant is zijn sporttasje aan zijn tas geknoopt

In zijn rechterhand houdt hij nog een tas vast.

 

Het is allemaal te zwaar voor hem.

Hij moet om de 100 meter even rusten.

Met af en toe een diepe zucht.

Als een oude meneer.

 

Na schooltijd verschijnt hij weer in zijn krakend witte pakje.

Hij staat nu voor het andere raam te turen.

Ik verschuil mij achter een wand en kijk hoe hij kijkt.

Nu zingt hij zachtjes een eigen liedje, terwijl hij de tijd vergeet.

 

In de tweede week zet ik voorzichtig de deur open.

Misschien durft hij vandaag binnen te komen?

 

Opeens sprint hij weg

Hij is de tijd vergeten.

Daar gaat hij, rennend door de straten van Tokyo.



 

Nawoord – over verwondering

Wat gebeurt er als kunst niet wacht tot mensen binnenkomen,maar zichtbaar onderdeel wordt van het dagelijks leven?


In Tokyo ontdekte ik dat verwondering soms begint aan de andere kant van het raam.

Een jongetje in een wit karatepak.

Een brilletje dat omhoog wordt geduwd.

Een liedje dat zachtjes wordt gezongen.


Hij hoefde niets te vragen.

Ik hoefde niets uit te leggen.

Hij keek naar mijn wereld.

Ik keek naar hem die keek.


En ergens daartussen ontstond precies waar mijn werk over gaat:

een ontmoeting.

Recente blogposts

Alles weergeven

Opmerkingen


bottom of page